De context
Demonstreren is een mensenrecht. Demonstraties zijn waardevolle instrumenten om weerstand te bieden aan de autoriteiten en vooruitgang op wetgevend vlak te boeken.
Het recht om te demonstreren is gebaseerd op zowel het recht op vrijheid van meningsuiting als het recht van vergadering. Deze twee grondrechten zijn vastgelegd in nationale en internationale wetgeving1 . De eerbiediging van deze rechten is essentieel om burgers in staat te stellen hun recht uit te oefenen om deel te nemen aan het openbaar bestuur2 . Naast de vrijheid van meningsuiting en het recht op vreedzame vergadering zijn er nog andere rechten die essentieel zijn voor de effectieve uitoefening van het recht om te demonstreren: het recht op leven, het recht op vrijheid van vereniging en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, het recht om niet willekeurig te worden gearresteerd en vastgehouden en het recht om niet te worden onderworpen aan foltering of andere vormen van mishandeling moeten eveneens worden geëerbiedigd.
De geschiedenis leert ons dat protest een voorwaarde is voor een samenleving om vooruitgang te boeken en de uitdagingen waarmee zij wordt geconfronteerd, aan te gaan. Er moet dus ruimte voor protest worden gegarandeerd.
Het recht om te demonstreren wordt helaas aangevallen en moet worden verdedigd.
Overal ter wereld wordt het recht om te demonstreren voortdurend beperkt, belemmerd of zelfs onderdrukt. Degenen die dit recht uitoefenen, worden ook geconfronteerd met belemmeringen of zelfs represailles.
Ook in België ontsnapt het recht om te protesteren niet aan deze misstanden:
- Verplichtingen om lokale autoriteiten, steeds vroeger, op de hoogte te stellen;
- Onevenredige administratieve beperkingen voor het organiseren van openbare bijeenkomsten, die vooral
groepen met beperkte middelen sterk afschrikken; - Omleiding van parcours van betogingen, wat ten koste gaat van de relevantie van het parcours voor de eisen
die worden gesteld; - Verbod op alle protestbijeenkomsten op bepaalde plaatsen door bepaalde autoriteiten om commerciële en
toeristische activiteiten te behouden; - Disproportioneel en toenemend inschakelen van de politie tijdens mobilisaties in de openbare ruimte;
- Fouilleren van activisten die deelnemen aan een bijeenkomst;
- Preventieve arrestaties van mensen voordat ze deelnemen aan betogingen;
- Interpretatieve omzendbrief van de minister van Binnenlandse Zaken op grond waarvan de burgemeesters
bestuurlijke maatregelen kunnen nemen om preventieve en individuele verboden op te leggen om deel te
nemen aan openbare bijeenkomsten; - Vervolging en/of strafrechtelijke veroordeling van klimaatactivisten of vakbondsleden voor het uitvoeren van
vreedzame protestacties; - Misbruik van de wet om activisten te veroordelen. In feite worden nu strafrechtelijke bepalingen toegepast
die oorspronkelijk niet bedoeld waren om op acties van toepassing te zijn, zoals we hebben gezien bij de
toepassing van artikelen 406 en 546/1 van het Strafwetboek; - Gemeentelijke administratieve sancties (GAS-boetes), onlangs verhoogd van 350 naar 500 euro, opgelegd
- aan vreedzame betogers die deelnemen aan een actie en die zich niet hebben gehouden aan gemeentelijke
- verordeningen met regels die te beperkend zijn met betrekking tot de vrijheid van betoging (veel te lang op
- voorhand toestemming moeten vragen) of opgelegd aan organisaties die posters of folders hebben gebruikt
- als onderdeel van hun acties;
- Het afgeblazen wetsvoorstel van de minister van Justitie om een gerechtelijk betogingsverbod in het
Strafwetboek op te nemen voor soms kleine overtredingen begaan tijdens protestbijeenkomsten; - Invoering van nieuwe misdrijven als de kwaadwillige aantasting van het overheidsgezag en het aanzetten tot
terrorisme, waarover het Federaal Instituut voor de Mensenrechten een negatief advies uitbracht.
Dit zijn maar een paar voorbeelden, die allemaal het betogingsrecht onder druk zetten. Deze onderdrukking van mensenrechtenactivisten en deze beperkingen hebben een concreet en gevaarlijk ontradend/afschrikkend effect (“chilling effect”) op de uitoefening van grondrechten, op het maatschappelijk middenveld en op burgerbetrokkenheid.
Ook in de arbeidswereld staat het recht om te protesteren, dat wordt uitgeoefend via het grondrecht op collectieve onderhandelingen, ondersteund door het grondrecht om te staken, onder grote druk.
Kortom, de overheid lijkt elke vorm van mobilisatie steeds meer te beschouwen als een verstoring of bedreiging van de openbare orde. Op basis daarvan beperkt zij op onrechtmatige wijze de uitoefening van het recht op vreedzame vergadering en vrijheid van meningsuiting, en verbiedt zij bepaalde vormen van protest zelfs volledig.
Voor meer informatie kunt u het manifest van de coalitie raadplegen.